Paragrafen

3a. Lokale heffingen

Toelichting op belastingen

Woonlasten

  • Conform het Bestuursakkoord 2022-2026 is het voorstel om, zolang er substantiële structurele nieuwe middelen te verdelen zijn, de lokale lasten voor woningen en niet-woningen in totaal niet meer te laten groeien dan met de reguliere indexering. De reguliere indexering is voor 2025 vastgesteld op 3,5% (conform CPB prijsindexcijfers van februari 2024). Deze indexering wordt berekend over het totaal van de begrote woonlasten bestaande uit de onroerende-zaakbelastingen, rioolheffing eigendom en afvalstoffenheffing, met als basis de bijgestelde begroting van 2024. De ruimte die ontstaat door deze reguliere indexatie van de lokale lasten wordt in 2025 voor een groot deel bestemd voor een verhoging van de OZB.
  • De opbrengst van de onroerende-zaakbelastingen is begroot op € 92,6 miljoen. Voor de tarieven van de onroerende-zaakbelastingen is de jaarlijkse herwaardering als gevolg van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) van belang. De uitkomsten hiervan zijn mede bepalend voor de tarieven onroerende-zaakbelastingen voor 2025. De nu voorgestelde tarieven zijn berekend op basis van de huidige beschikbare gegevens. De definitieve tarieven worden in december 2024 door de raad vastgesteld. De tarieven van december hebben geen invloed op de begrote opbrengst van de onroerende-zaakbelastingen.
  • Ontwikkelingen in de afvalmarkt, zoals stijgende verwerkingskosten, CAO-stijgingen en toenemende rentelasten hebben, in combinatie met enkele kostenbesparende maatregelen en meevallers, per saldo geleid tot een kostenstijging in de begroting van Cure. Dit, in combinatie met de gemeentelijke kosten, heeft geresulteerd in een gemiddelde tariefstijging van de afvalstoffenheffing van 2,7%. De verwachting is dat de tarieven de komende jaren verder zullen stijgen om de afvalinzameling kostendekkend te houden.
  • Riool: Het beleid voor de zorgplichten en de onderbouwing hiervan leggen we vast in de Water en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA). Eind 2022 is het WKA (2023 – 2026) vastgesteld door de raad. Aspecten die in het WKA 2023-2026 aan bod komen zijn de reguliere taken voor het op peil houden van de afval-, hemelwater-, grondwater- en oppervlaktewatervoorzieningen die samenhangen met de wettelijke watertaken, de aanscherping van (Europese) wetgeving, en de samenhang met (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in de stad uitgewerkt.
  • Hieronder worden de gevolgen van de indexering van de tarieven weergegeven voor de begrote baten ten aanzien van de OZB, rioolheffing eigendom en de afvalstoffenheffing. Tevens wordt de stijging van de baten als gevolg van de groei van de stad genoemd; het accres. De baten van de rioolheffing-gebruik en de reinigingsrechten zijn hierin niet meegenomen omdat dit heffingen zijn die niet voor elke eigenaar of gebruiker van een woning of niet-woning relevant zijn. Dit betreft een overzicht op begrotingsniveau; de percentages op het niveau van de individuele belastingplichtige kunnen hiervan afwijken. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de WOZ-waarde en de gezinssamenstelling. De ontwikkeling van de WOZ-waarde kan leiden tot een in verhouding lagere of hogere relatieve lastenontwikkeling. Verder is voor de afvalstoffenheffing de grootte van het huishouden van belang, waardoor het aandeel van de afvalstoffenheffing in de totale woonlastenaanslag kan afwijken van het totale aandeel van de afvalstoffenheffing op begrotingsniveau.

Index baten 3,5% x 1 mln euro

Baten

Stijging 2025 in mln euro

Baten

Stijging in %

2024

i.v.m. tarief

i.v.m. accres

2025

i.v.m. tarief

OZB woningen

41,0

1,9

0,4

43,2

4,6%

Rioolheffing eigendom woningen

23,2

0,6

0,0

23,8

2,6%

Afvalstoffenheffing

31,5

0,8

0,5

32,8

2,5%

Woonlasten

95,7

3,3

0,9

99,9

3,5%

OZB eigendom niet-woningen

29,2

1,0

0,2

30,4

3,5%

OZB gebruik niet-woningen

18,4

0,6

0,0

19,0

3,5%

Rioolheffing eigendom niet-woningen

1,4

0,0

0,0

1,5

2,6%

Lasten niet-woningen

49,0

1,7

0,2

50,9

3,5%

  • De voorwaarden voor het verlenen van kwijtschelding van belastingen en heffingen zijn geregeld in de Invorderingswet 1990. De beleidsmatige regeling is beschreven in de Leidraad Invordering.
  • De gehanteerde tarieven zijn de tarieven die aan de raad worden voorgesteld. Met het vaststellen van de Verordeningen gemeentelijke belastingen en rechten 2025 worden de tarieven definitief.
Deze pagina is gebouwd op 01/10/2025 11:01:38 met de export van 11/07/2024 09:01:24