Algemeen
Deze begroting bevat een nadere uitwerking van de kadernota. Die keuzes in de kadernota komen, gecombineerd met de aanvullende keuzes in deze begroting, terug in de samenvatting aan het einde van deze paragraaf. Na de kadernota is de meicirculaire gemeentefonds verschenen en hebben we de jaarlijkse technische actualisaties doorgevoerd. Dat leidt tot het volgende beeld:
x 1 mln | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 |
---|---|---|---|---|
Gemeentefonds | -2,3 | 16,4 | 10,9 | 10,0 |
Indexering | -1,5 | -3,4 | -2,8 | -2,2 |
Technische actualisaties | 11,8 | 7,4 | 5,2 | 1,9 |
Parkeerinkomsten | 2,7 | 2,8 | 2,9 | 3,3 |
Rente leningen | 3,0 | 2,0 | ||
Kadernota andere verdeling over de jaren (saldo = 0) | 11,1 | -11,1 | ||
Saldo na actualisaties | 24,7 | 14,2 | 16,2 | 12,9 |
Gemeentefonds: Vanaf 2026 wordt de oploop van de opschalingskorting geschrapt. Dat leidt tot een voordeel ten opzicht van de kadernota, waarin deze oploop nog was meegenomen. Verder wordt de nieuwe systematiek (op basis van bbp) al vanaf 2024 ingevoerd. Dit heeft een negatief effect op de inkomsten. Het nadeel wordt de eerste jaren gecompenseerd, met uitzondering van het jaar 2025. Daarnaast mogen gemeenten BTW declareren via het BTW Compensatiefonds (BCF). Dit fonds blijkt jaarlijks hoger dan de declaraties van alle gemeenten samen. Dit surplus wordt vervolgens alsnog via het gemeentefonds uitgekeerd. Volgens de richtlijnen mogen we in de raming van het gemeentefonds rekening houden met uitkering van het laatste vastgestelde surplus. In het kader van realistisch ramen hogen we de raming van het gemeentefonds daarom hiermee op.
Indexering: Voor 2025 wordt geïndexeerd conform de cijfers vanuit de meicirculaire van 3.5%. In de kadernota is het uitgangspunt gehanteerd dat de indexatie een gesloten systeem is, ofwel dat de indexatie van de lasten kan worden gedekt uit de stelpost voor indexering in de begroting (=gemeentefonds) plus de indexering van de baten. Dit is niet meer het geval en zal door de introductie van de bbp-systematiek door het Rijk nog verder onder druk komen te staan. Dit vraagt richting Kadernota 2026 om de ontwikkeling van een nieuwe (duurzaam houdbare) systematiek van indexatie. De volgende punten zijn in het saldo verwerkt:
- Aan de batenkant worden de lokale lasten (incl. OZB) en overige inkomsten zoals huren met 3,5% verhoogd (t.o.v. de bijgestelde begroting voor 2024).
- Aan de lastenkant is er een nadeel bij Jeugd/WMO door de toepassing van OVA (5,71%) voor Samen voor Jeugd en de contracten waarin OVA als index is vastgelegd.
- De indexering van kredieten voor o.a. de strategische investeringen loopt in de tijd op.
- Als gevolg van ingroei van de CAO voor ons eigen personeel neemt het nadeel van 2025 naar 2026 toe omdat dan de CAO voor het eerst voor een heel jaar wordt toegepast (2025: 9 maanden, vanaf 1 april).
Technische actualisaties: Jaarlijks voeren we technische actualisaties uit m.b.t. tot de investeringsplanning, de kostenverdeling, de projecturen en de structurele gevolgen van recente begrotingswijzigingen. De volgende punten zijn in het saldo verwerkt:
- Een voordeel op de kapitaallasten. In de Begroting 2024 is een nadeel meegenomen van 3 mln op de kapitaallasten. Controle in de Begroting 2025 wijst uit dat de kapitaallasten voor de Begroting 2024 niet correct uit het systeem zijn gekomen. In het nieuwe financieel systeem willen we de deze foutkans elimineren (of reduceren door extra controles). Het voordeel neemt door nieuwe investeringen in de tijd af.
- M.b.t. de projecturen leidt een wijziging in de definitie van overhead (BBV) tot een lager uurtarief en minder doorbelasting van kosten naar projecten. Dit is gunstig voor projectbudgetten maar een nadeel voor de algemene middelen.
- De CDOKE middelen trekken we - conform provinciale richtlijn - structureel door (was t/m 2025 begroot).
Parkeerinkomsten: In 2024 bedragen de structurele meerinkomsten parkeren 1,9 mln. Hieruit dekken we de vervanging van verkeersregelinstallaties (VRI’s, tranche 2025 en 2026) oplopend van 0 naar 0,4 mln (structureel saldo 1,5 mln). Vervolgens indexeren we de geactualiseerde parkeeropbrengsten met 3,5% ofwel 0,5 mln. en volgen we een ingroeipad naar vergelijkbare grote steden (jaarlijks 0,31 mln extra t/m 2028).
Rente leningen: We verwachten in 2025 geen nieuwe langlopende leningen af te sluiten.
Andere verdeling over de jaren: In de kadernota zijn aan diverse onderwerpen incidentele middelen toegekend. In de kadernota zijn de uitgaven doorgaans in de jaarschijf 2025 gezet. Uitwerking in de begroting wijst uit dat diverse middelen ook deels in 2026 worden ingezet. Dit heeft invloed op de saldo’s in die jaarschijven, maar is per saldo over de jaren heen neutraal.
Het saldo zetten we als volgt in:
x 1 mln | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 |
---|---|---|---|---|
Saldo na actualisaties | 24,7 | 14,2 | 16,2 | 12,9 |
Beethoven (structurele kapitaallasten) | -5,0 | -5,0 | -5,0 | |
Beethoven (voorbereidingskosten) | -5,0 | |||
Klimaat en weer (0,5 mln), Wijken (0,25 mln), Levendige stad (0,5 mln) | -1,25 | -1,25 | -1,25 | -1,25 |
Dotatie masterplan mobiliteit | -0,75 | -0,75 | -0,75 | -0,75 |
Regionale urgentieregeling | -0,06 | -0,06 | -0,06 | -0,06 |
Raadskosten | -0,08 | -0,08 | -0,08 | -0,08 |
Bezoek scholieren stadhuis | -0,2 | |||
Design ecosysteem | -2,5 | |||
Beschermd wonen | -5,0 | |||
Wmo huishoudelijke ondersteuning (uitstel eigen bijdrage) | -1,3 | |||
Pilot LVV | -0,7 | |||
Reservering onzekerheden rijksbeleid | -3,0 | |||
WOO | -0,2 | -0,4 | -0,4 | -0,4 |
Cameratoezicht | -0,3 | -0,3 | -0,3 | -0,3 |
Gemeentebrede taakstelling | -0,5 | -0,5 | -0,5 | -0,5 |
Span of attention structureel maken | -4,6 | -4,6 | -4,6 | -4,6 |
Span of attention vrijval incidentele dekking | 18,4 | |||
Span of attention vrijval storten in reserve EK | -18,4 | |||
Saldo Begroting 2025 | 0,0 | 0,5 | 3,3 | 0,0 |
Beethoven: Voor onze co-financiering van project Beethoven gaan we uit van kapitaallasten van 5,0 miljoen structureel (inschatting binnen bandbreedte). De jaarschijf 2025 voegen we toe aan de reserve strategische investeringen. Hiermee kunnen we voorbereidingskosten van Beethoven dekken. We houden rekening met additionele voorbereidingskosten voor inzet bredere zin (o.a. sociaal-maatschappelijke verkenning) en tranche 2.
Klimaat en weer (0,5 mln), Wijken (0,25 mln), Levendige stad (0,5 mln): We vinden het ook belangrijk om te blijven sparen voor de strategische investeringen die niet in het Beethoven-pakket zitten.
Dotatie masterplan mobiliteit: Afspraak in het bestuursakkoord is dat de meerinkomsten parkeren ‘in redelijkheid’ worden ingezet voor de mobiliteitsopgave. Vanuit de structurele netto meerinkomsten van 3,3 mln investeren we 0,75 mln structureel voor actiepakket II (2027-2030). Hiermee komen we op een dekking van ~25% van de minimale kapitaallasten voor actiepakket II (2,5 mln van 9-10 mln).
Regionale urgentieregeling: Nodig voor de uitvoering van de regionale afspraken die voortvloeien uit de Samenwerkingsovereenkomst Uitvoering Urgentie 2024-2027.
Raadskosten: Dit betreft begeleiding raadslid, hogere kosten raadsavonden, meer presentiegeld door meer commissieleden en aanpassing regeling parkeerbeleid raadsleden.
Bezoek scholieren stadhuis: Bij de Kadernota 2025 is een motie aangenomen m.b.t. scholieren in het Stadhuis. De motie roept op om de meerkosten van 50k structureel te dekken via de reserve Verkiezingen. Het is niet mogelijk om structurele lasten te dekken uit een reserve. We doen nu voor 4 jaar een storting in de reserve Opkomst verkiezingen.
Design ecosysteem: In de afgelopen periode is gewerkt aan een Actieprogramma versterking design ecosysteem. Om uitvoering van het Actieprogramma mogelijk te maken en daarmee het ecosysteem duurzaam te versterken is een gemeentelijk bijdrage nodig aan het Impulsfonds Design van 1,5 miljoen plus de basisfinanciering voor de werkorganisatie van €200.000 per jaar voor 5 jaar.
Beschermd wonen: In de kadernota was voorzien dat het verwacht tekort opgevangen kon worden vanuit de reserve Innovatie beschermd wonen. Hier liggen echter andere (regionale) afspraken onder. Daarom reserveren we dit bedrag nu in de Saldireserve specifiek.
Wmo huishoudelijke ondersteuning: Door herinvoering van de eigen bijdrage per 2026 (jaar uitstel) ontstaat in 2025 een incidenteel nadeel van 1,3 mln omdat deze reeds ingeboekt was.
Pilot LVV: Eindhoven participeert in een pilot Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV). Naar verwachting gaat door kabinetsbeleid de dekking vanuit het rijk hier vanaf 2026 voor vervallen. De problematiek blijft echter bestaan. Met dit eenmalig bedrag creëren we rust voor in ieder geval 2025 en 2026.
Buffer maatschappelijke infrastructuur / onzekerheden rijksbeleid: Naast de risico's t.a.v. BUIG (zie paragraaf 3b. Weerstandsvermogen en risico's) en bovengenoemde LVV is het nog onzeker wat de plannen in het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet voor gevolgen hebben voor o.a. de stad, maatschappelijke partners en de financiële positie van de gemeente. Daarom creëren we hiervoor een aparte incidentele buffer van 3,0 mln. Logisch lijkt om deze (deels) in te zetten in lijn met de verdeling stelpost maatschappelijke infrastructuur in de Begroting 2024.
Wet Open Overheid (Woo): In 2022 hadden we een lage Woo-compliance en de omvang en de complexiteit van Woo-verzoeken neemt verder toe. Momenteel huren we capaciteit in voor de afhandeling van Woo-verzoeken. De benodigde capaciteit voor een goede afhandeling is 0,4 mln. In 2025 dekken we nog eenmalig 0,2 mln uit de incidentele stelpost organisatieontwikkeling.
Cameratoezicht: Dit betreft achterstallig onderhoud; het beheer is niet meegegroeid met de uitbreiding.
Gemeentebrede taakstelling: We vullen de gemeentebrede taakstelling voor 1,5 mln in via vermindering van inhuur. Het resterende bedrag van 0,5 mln is niet haalbaar en boeken we af.
Span of attention structureel maken: Dit onderwerp is in de kadernota’s 2024 en 2025 serieel incidenteel gefinancierd. Omzetting naar structureel voorkomt dat we in elke kadernota de laatste jaarschijf (serieel) incidenteel moeten aanvullen. De incidentele dekking valt vrij in het weerstandsvermogen. NB: Hiermee is niet alles wat serieel incidenteel is gefinancierd structureel gemaakt. Er resteert nog een opgave afhankelijk van de keuzes van 6 tot 8 mln. Dit onderwerp komt daarom weer terug bij de Kadernota 2026.
Samenvatting
De keuzes in de kadernota en de begroting zijn als volgt verdeeld over de programma's: