leges o omgevingsvergunningen milieubelastende activiteit en maatwerkvoorschriften o bestrijding ongedierte o ontheffing route gevaarlijke stoffen o stookontheffing.
Tot dit taakveld behoren niet:
taken op het gebied van de zorg voor de waterkwaliteit horen thuis onder taakveld 7.2;
milieueducatie, deze hoort thuis onder taakveld 4.3;
afvalscheiding, deze hoort thuis onder taakveld 7.3;
verduurzamingsmaatregelen die primair aan een ander taakveld gerelateerd zijn, deze horen thuis op die taakvelden; bijvoorbeeld: o zonnepanelen op het zwembad, deze lasten horen thuis onder taakveld 5.2; o subsidie voor woningeigenaren om de eigen woning te verduurzamen, deze lasten horen thuis onder 8.3; o driedubbel glas in het stadhuis, deze lasten horen thuis onder 0.4.
We monitoren en rapporteren over de fysieke kwaliteit van de bodem, lucht, geluid, risico’s externe veiligheid en elektromagnetische straling en onderzoeken de beleving door onze inwoners en de gemiddelde luchtkwaliteit in Eindhoven.
We reduceren de CO₂-uitstoot ten opzichte van 1990 met minstens 55% in 2030 en 95% in 2050. We halveren ons primair grondstofgebruik in 2030 en in 2050 zijn we een circulaire stad.
% inwoners dat zich (zeer) onveilig voelt als gevolg van gevaarlijke stoffen/straling/luchtverontreiniging (1)
34%
35%
35%
35%
35%
35%
Toelichting cijfers:
Toelichting indicator:
Bewoners wordt in jaarlijkse inwonersenquête gevraagd naar beleving van de vermelde milieuthema’s. In de inwonersenquête wordt gevraagd in hoeverre Eindhovenaren zich onveilig voelen als gevolg van opslag, gebruik en transport van gevaarlijke stoffen, straling (door bijvoorbeeld zendmasten of hoogspanningslijnen) en luchtverontreiniging in en om Eindhoven (als drie afzonderlijke vragen). De indicator geeft het percentage van inwoners dat zich onveilig voelt door minstens één van de drie oorzaken. Ook zijn de beelden per thema op buurtniveau beschikbaar in Eindhoven in cijfers.
Motivatie keuze:
Hinderbeleving wordt bepaald door 1. de mate van fysieke belasting (bv. geluiddruk, kwaliteit lucht e.d.) en 2. Overige belevingsfactoren (zoals angst, zorgen, gehoord worden door autoriteiten e.d.). Beide factoren veroorzaken boven bepaalde drempels negatieve gezondheidseffecten. De indicator geeft inzicht hoe het gevoel van onveiligheid zich in Eindhoven ontwikkelt. Dat maakt het mogelijk daarop alert in te spelen (in gesprek treden, voorlichting verzorgen, e.d.). Daarbij kan worden duidelijk gemaakt wat de fysieke belastingsituatie is en wat de gemeente doet om de oorzaken te beperken c.q. kan worden verkend welke verbeteractiviteiten wenselijk zijn.
% inwoners dat last heeft van minstens één vorm van geluidhinder (1)
52%
38%
38%
38%
38%
38%
Toelichting cijfers:
Bron; Milieuvisie 2030
Toelichting indicator:
Bewoners wordt in jaarlijkse inwonersenquête gevraagd naar beleving van de verschillende geluidbronnen (van wegverkeer, vliegverkeer, treinverkeer, door bedrijven en horeca, bij evenementen en/of door buren en buurtbewoners). In bewoond gebied is er vaak sprake van invloed van meerdere bronnen op eenzelfde plek (cumulatie). Dat is wat bewoners ervaren.
Motivatie keuze:
In de ruimtelijke ontwikkeling en planbeoordeling worden veelal per bron wettelijke rekentools gebruikt voor toetsing van de geluidbelasting aan wettelijke normen. Vaak is er sprake van geluidbelasting van meerdere bronnen op een plek. De bewoners ervaren die cumulatieve geluidbelasting. De integrale belasting is bepalend voor beleving en effecten op gezondheid. Door het cumulatieve beeld op buurtniveau te genereren krijgen we daar zicht op. Dat beeld kunnen we plaatsen naast de aanwezige fysieke geluidbelasting. Dat kan reden zijn aanvullende maatregelen ter reductie van de geluidbelasting te treffen.
De begrote cijfers zijn een lineaire afloop met als eindpunt het bereiken van de WHO-normen in 2030.
Toelichting indicator:
Jaarlijks wordt de luchtkwaliteit op rekenpunten in de gemeente Eindhoven gemonitord voor de stof NO2. Deze monitoring vindt plaats voor het afgeronde jaar en toekomstige jaren waaronder 2030. Deze gegevens komen pas aan het einde van het jaar volgend op het te rapporteren jaar beschikbaar. De jaarrekening zal derhalve een jaar achter gaan lopen. De indicator geeft de gemiddelden van de stof in Eindhoven weer die lineair afloopt tot het bereiken van de WHO-normen in 2030. De aanwezige lokale luchtkwaliteit wordt voor een groot gedeelte bepaald door de aanwezige achtergrondconcentratie. Een vuistregel is dat dit voor 2/3 het geval is en door 1/3 beïnvloed wordt door lokale bronnen. Lokale maatregelen hebben dan ook alleen een invloed op de lokale piekbelasting en zullen de achtergrondconcentratie maar zeer beperkt beïnvloeden.
Motivatie keuze:
De in de indicator genoemde stof heeft een effect op de gezondheid van burgers. Het is bekend dat ook al word aan de norm voldaan dat nog steeds negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. De indicator geeft dan ook tevens aan het verloop in concentraties naar de toekomst.
De begrote cijfers zijn een lineaire afloop met als eindpunt het bereiken van de WHO-normen in 2030.
Toelichting indicator:
Jaarlijks wordt de luchtkwaliteit op rekenpunten in de gemeente Eindhoven gemonitord voor de stof PM10. Deze monitoring vindt plaats voor het afgeronde jaar en toekomstige jaren waaronder 2030. Deze gegevens komen pas aan het einde van het jaar volgend op het te rapporteren jaar beschikbaar. De jaarrekening zal derhalve een jaar achter gaan lopen. De indicator geeft de gemiddelden van deze stof in Eindhoven weer die lineair afloopt tot het bereiken van de WHO-normen in 2030. De aanwezige lokale luchtkwaliteit wordt voor een groot gedeelte bepaald door de aanwezige achtergrondconcentratie. Een vuistregel is dat dit voor 2/3 het geval is en door 1/3 beïnvloed wordt door lokale bronnen. Lokale maatregelen hebben dan ook alleen een invloed op de lokale piekbelasting en zullen de achtergrondconcentratie maar zeer beperkt beïnvloeden.
Motivatie keuze:
De in de indicator genoemde stof heeft een effect op de gezondheid van burgers. Het is bekend dat ook al word aan de norm voldaan dat nog steeds negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. De indicator geeft dan ook tevens aan het verloop in concentraties naar de toekomst.
De begrote cijfers zijn een lineaire afloop met als eindpunt het bereiken van de WHO-normen in 2030.
Toelichting indicator:
Jaarlijks wordt de luchtkwaliteit op rekenpunten in de gemeente Eindhoven gemonitord voor de stof PM2,5. Deze monitoring vindt plaats voor het afgeronde jaar en toekomstige jaren waaronder 2030. Deze gegevens komen pas aan het einde van het jaar volgend op het te rapporteren jaar beschikbaar. De jaarrekening zal derhalve een jaar achter gaan lopen. De indicator geeft de gemiddelden van deze stof in Eindhoven weer die lineair afloopt tot het bereiken van de WHO-normen in 2030. De aanwezige lokale luchtkwaliteit wordt voor een groot gedeelte bepaald door de aanwezige achtergrondconcentratie. Een vuistregel is dat dit voor 2/3 het geval is en door 1/3 beïnvloed wordt door lokale bronnen. Lokale maatregelen hebben dan ook alleen een invloed op de lokale piekbelasting en zullen de achtergrondconcentratie maar zeer beperkt beïnvloeden.
Motivatie keuze:
De in de indicator genoemde stof heeft een effect op de gezondheid van burgers. Het is bekend dat ook al word aan de norm voldaan dat nog steeds negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. De indicator geeft dan ook tevens aan het verloop in concentraties naar de toekomst.
% overschrijdingspunten vast te stellen EU-norm NO2 (1)
-
-
22,8%
18,2%
13,7%
9,1%
Toelichting cijfers:
De begrote cijfers zijn een lineaire afloop met als eindpunt het bereiken van de WHO-normen in 2030.
Toelichting indicator:
Jaarlijks wordt de luchtkwaliteit op rekenpunten in de gemeente Eindhoven gemonitord voor de stof NO2. Deze monitoring vindt plaats voor het afgeronde jaar en toekomstige jaren waaronder 2030. Deze gegevens komen pas aan het einde van het jaar volgend op het te rapporteren jaar beschikbaar. De jaarrekening zal derhalve een jaar achter gaan lopen. De indicator geeft het gewenste verloop in Eindhoven aan voor het percentage normoverschrijdingspunten dat lineair afloopt tot het bereiken van de nog vast te stellen EU-normen in 2030. Een rekenpunt dat een overschrijding van de norm kent is een normoverschrijdingspunt. Het percentage geeft het aandeel normoverschrijdingspunten ten opzichte van het totaal aantal rekenpunten weer. De aanwezige lokale luchtkwaliteit wordt voor een groot gedeelte bepaald door de aanwezige achtergrondconcentratie. Een vuistregel is dat dit voor 2/3 het geval is en door 1/3 beïnvloed wordt door lokale bronnen. Lokale maatregelen hebben dan ook alleen een invloed op de lokale piekbelasting en zullen de achtergrondconcentratie maar zeer beperkt beïnvloeden.
Motivatie keuze:
De in de indicator genoemde stof heeft een effect op de gezondheid van burgers. Het is bekend dat ook al word aan de norm voldaan dat nog steeds negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. De indicator geeft dan ook tevens aan het verloop in concentraties naar de toekomst.
% overschrijdingspunten vast te stellen EU-norm PM10 (1)
-
-
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Toelichting cijfers:
De begrote cijfers zijn een lineaire afloop met als eindpunt het bereiken van de WHO-normen in 2030.
Toelichting indicator:
Jaarlijks wordt de luchtkwaliteit op rekenpunten in de gemeente Eindhoven gemonitord voor de stof PM10. Deze monitoring vindt plaats voor het afgeronde jaar en toekomstige jaren waaronder 2030. Deze gegevens komen pas aan het einde van het jaar volgend op het te rapporteren jaar beschikbaar. De jaarrekening zal derhalve een jaar achter gaan lopen. De indicator geeft het gewenste verloop in Eindhoven aan voor het percentage normoverschrijdingspunten dat lineair afloopt tot het bereiken van de nog vast te stellen EU-normen in 2030. Een rekenpunt dat een overschrijding van de norm kent is een normoverschrijdingspunt. Het percentage geeft het aandeel normoverschrijdingspunten ten opzichte van het totaal aantal rekenpunten weer. De aanwezige lokale luchtkwaliteit wordt voor een groot gedeelte bepaald door de aanwezige achtergrondconcentratie. Een vuistregel is dat dit voor 2/3 het geval is en door 1/3 beïnvloed wordt door lokale bronnen. Lokale maatregelen hebben dan ook alleen een invloed op de lokale piekbelasting en zullen de achtergrondconcentratie maar zeer beperkt beïnvloeden.
Motivatie keuze:
De in de indicator genoemde stof heeft een effect op de gezondheid van burgers. Het is bekend dat ook al word aan de norm voldaan dat nog steeds negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. De indicator geeft dan ook tevens aan het verloop in concentraties naar de toekomst.
% overschrijdingspunten vast te stellen EU-norm PM2,5 (1)
-
-
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Toelichting cijfers:
De begrote cijfers zijn een lineaire afloop met als eindpunt het bereiken van de WHO-normen in 2030.
Toelichting indicator:
Jaarlijks wordt de luchtkwaliteit op rekenpunten in de gemeente Eindhoven gemonitord voor de stof PM2,5. Deze monitoring vindt plaats voor het afgeronde jaar en toekomstige jaren waaronder 2030. Deze gegevens komen pas aan het einde van het jaar volgend op het te rapporteren jaar beschikbaar. De jaarrekening zal derhalve een jaar achter gaan lopen. De indicator geeft het gewenste verloop in Eindhoven aan voor het percentage normoverschrijdingspunten dat lineair afloopt tot het bereiken van de nog vast te stellen EU-normen in 2030. Een rekenpunt dat een overschrijding van de norm kent is een normoverschrijdingspunt. Het percentage geeft het aandeel normoverschrijdingspunten ten opzichte van het totaal aantal rekenpunten weer. De aanwezige lokale luchtkwaliteit wordt voor een groot gedeelte bepaald door de aanwezige achtergrondconcentratie. Een vuistregel is dat dit voor 2/3 het geval is en door 1/3 beïnvloed wordt door lokale bronnen. Lokale maatregelen hebben dan ook alleen een invloed op de lokale piekbelasting en zullen de achtergrondconcentratie maar zeer beperkt beïnvloeden.
Motivatie keuze:
De in de indicator genoemde stof heeft een effect op de gezondheid van burgers. Het is bekend dat ook al word aan de norm voldaan dat nog steeds negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. De indicator geeft dan ook tevens aan het verloop in concentraties naar de toekomst.
In de Klimaatverordening 2016 is vastgelegd dat de uitstoot van broeikasgassen in de stad ten opzichte van 1990 moet zijn teruggedrongen met ten minste 55% in 2030 en met ten minste 95% in 2050. De indicatoren zijn vastgesteld op basis van de meest actuele data van het NEV-RS, de RIVM en de Regionale Klimaatmonitor, aangevuld met eigen gegevens. Het betreft data uit 2022. Een deel van deze cijfers is nog voorlopig. Op basis van het doel in de klimaatverordening is vanaf 2016 een lineaire lijn geplot naar 45% van de totale CO2-uitstoot ten opzichte van 1990. Deze lijn bepaalt de begrote maximale hoeveelheden CO2-uitstoot per jaar.
Motivatie keuze:
De uitstoot van broeikasgassen geeft weer welke impact de stad Eindhoven heeft op klimaatverandering. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende bronnen om een zo getrouw mogelijk beeld te geven van de uitstoot per taakveld.
Bron:
De Regionale Klimaatmonitor, NEV-RS, RIVM, eigen database
Bron type:
registratie
Frequentie:
jaarlijks
Hoort bij doel:
Totale CO2-reductie gemeente Eindhoven
Directe CO2-uitstoot per inwoner cf Klimaatverordening (% t.o.v. 1990) (2)
=22 67%
60%
53,3%
45,8%
38,3%
30,9%
Toelichting cijfers:
0,00622284 kton per inwoner is 100% (=1990)
Toelichting indicator:
In de Klimaatverordening 2016 is vastgelegd dat de uitstoot van broeikasgassen in de stad ten opzichte van 1990 moet zijn teruggedrongen met ten minste 55% in 2030 en met ten minste 95% in 2050. De indicatoren zijn vastgesteld op basis van de meest actuele data van het NEV-RS, de RIVM en de Regionale Klimaatmonitor, aangevuld met eigen gegevens. Het betreft data uit 2022. Een deel van deze cijfers is nog voorlopig. Op basis van het doel in de klimaatverordening is vanaf 2016 een lineaire lijn geplot naar 45% van de totale CO2-uitstoot ten opzichte van 1990. Deze lijn bepaalt de begrote maximale hoeveelheden CO2-uitstoot per jaar.
Motivatie keuze:
De uitstoot van broeikasgassen geeft weer welke impact de stad Eindhoven heeft op klimaatverandering. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende bronnen om een zo getrouw mogelijk beeld te geven van de uitstoot per taakveld.
Bron:
De Regionale Klimaatmonitor, NEV-RS, RIVM, eigen database
Bron type:
registratie
Frequentie:
jaarlijks
Hoort bij doel:
Totale CO2-reductie gemeente Eindhoven
Wat gaan we daar voor doen
1.1 Saneren en onderzoeken locaties
We beperken milieu-gezondheidsrisico's door te hoog belaste situaties (industrie, wegverkeer, luchtkwaliteit) te onderzoeken en saneren. We onderzoeken de bodemkwaliteit en saneren wanneer dat nodig is bij ruimtelijke ontwikkelingen.
1.2 Verbeteren woonsituatie
We maken een programma gezonde fysieke leefomgeving waarmee we gebiedsgericht maatregelen nemen en zo bijdragen aan zo groot mogelijke gezondheidswinst. Dit samen met het sociaal domein door met 8 criteria de gezondheidswinst vast te stellen.
2.1 Uitvoeren klimaatplan
We zetten breed in op energietransitie, de verduurzaming van de gebouwde omgeving en onze bedrijventerreinen en duurzame mobiliteit. We nemen onze verantwoordelijkheid als organisatie betreffende duurzame inkoop en opdrachtverstrekking.
In 2025 richten we ons vooral op:
•
Gezonde Fysieke Leefomgeving: we identificeren plekken waar de grootste gezondheidswinst is te halen, handhaven wettelijke normen. Waar een hoge belasting is, gebruiken we onze bevoegdheid om deze terug te dringen.
•
Saneren en onderzoeken locaties: tapuitstraat/Eimerick (monitoring bodemsanering), Bredalaan/Gijzenrooij (uitvoering bodemsanering). Woningen Leenderweg (gevelisolatie), Leenderweg buiten de Ring (aanbrengen stil asfalt).
•
Verbeteren woonsituatie: we maken een programma gezonde fysieke leefomgeving op basis waarvan we gebiedsgericht werken aan het verbeteren van de ruimtelijke randvoorwaarden voor gezondheid en dragen zo bij aan integraal gezondheidsbeleid.
•
Verbeteren uitvoering Milieubeleid: toepassen regels geur, ondergrond. Uitwerken Bidbook SLA. Implementeren verbeterplan ODZOB. Gezonde lucht voor alle inwoners in 2030 (WHO-norm). Actualiseren luchtbeleid, participeren in Brabantse stikstoftafel.
•
Beperken overlast bedrijven op leefomgeving: we werken aan het terugbrengen van overlastgevende situaties zoals op de Hurk middels toezicht en handhaving en het toepassen van best bestaande technieken. We gebruiken ons beleid industriële geur om overlast voor onze inwoners tegen te gaan. Opstellen toekomstvisie De Hurk, in gesprek met bewoners en bedrijven.
•
Ondergrond: de ruimte in de ondergrond is schaars en dat belemmert de ontwikkeling van de stad. We nemen de regie in handen en geven uitvoering aan het Omgevingsprogramma Ondergrond en Masterplan Bodemenergie zodat er een ordening van de ondergrond plaatsvindt.
•
Uitvoeren klimaatplan: het verminderen van het gebruik van fossiele energie in de gebouwde omgeving en het verkeer en het toekomstbestendig maken van ons energiesysteem. Ook wordt een nieuw klimaatplan ontwikkeld voor de jaren 2026-2030.
Wat mag het kosten
x € 1.000
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Lasten
24.634
15.933
25.253
17.834
21.631
14.832
Baten
-10.720
-4.023
-7.718
-3.273
-3.653
-6.700
Mutatie reserves
-3.559
-976
-2.435
-1.754
-5.919
3.848
Saldo
10.355
10.934
15.100
12.807
12.059
11.980
Begroting 2025 per categorie
Lasten
2025
Baten
2025
Mutatie reserves
2025
Personeelslasten
8.653
Uitkering uit gemeentefonds
0
Toevoeging reserves
3.227
Kapitaallasten
4.007
Overige rijksbijdragen
-5.801
Onttrekking reserves
-5.662
Goederen en diensten
9.074
Belastingen en heffingen
0
Subsidies en overdrachten
0
Goederen en diensten
-1.860
Verr. overhead en app.kst.
34
Overige overdrachten
0
Toevoegingen voorzieningen
0
Overig
-57
Overig
3.485
Totaal lasten
25.253
Totaal baten
-7.718
Mutatie reserves
-2.435
Toelichting taken
Lasten
Baten
Reserve
Projecten duurzaamheid en milieu: KN25: - Bidbook Schone Lucht Akkoord in 2025 en 2026 € 0,8 miljoen per jaar. Hiervoor maken we gebruik van SPUK-SLA subsidies (50% co-financiering door Rijk). Richtlijn voor voorlopige verdeling (bedragen zijn exclusief 50% co-financiering door Rijk): voortzetting sloopregeling brommers en scooters € 0,4 miljoen, inruilregeling brom- en snorfietsen minima € 0,37 miljoen, sloopregeling diesel personenauto’s (binnen ring i.v.m. in te voeren ZE zone)/bestelbusjes (hele stad i.v.m. in te voeren ZE-zone) € 0,3 miljoen , houtstook/saneren rookkanalen €0,25 miljoen, Luchtmeetnet/ILM 3.0 € 0,18 miljoen. - Bemensing energiebedrijf (pm).
6.742
-1.123
0
*
Bio energiecentrale Meerhoven: inclusief extra middelen vanwege het wegvallen van een subsidie van het Rijk
Grondwaterbeheer: bodem en gebiedsgericht grondwaterbeheer (verrekend met reserve bodemsanering)
324
-14
0
CDOKE: inzet tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE)
4.309
-4.333
0
Dierplaagbestrijding:
354
0
0
Vergunningen, Toezicht, Handhaving (VTH): GR Odzob is een uitvoeringsdienst voor VTH (betreft het Eindhoven-deel)
2.217
0
0
Uitvoering duurzaamheid: programmabudget
527
-5
0
Milieubeheer: verbeteren omgevingskwaliteit, verlagen van cumulatieve milieu-gezondheidslast, milieu sturend maken bij ruimtelijk-economische ontwikkelingen, meetsystemen lucht en geluid, anticiperen op (boven)lokale ontwikkelingen
374
0
0
Reserve exploitatieprojecten: verrekening projecten milieubeheer met reserve eporm
0
0
-2.695
*
Personeelslasten / apparaatskosten:
4.360
0
0
Kapitaallasten:
544
0
0
Overig:
133
-160
-9
Totaal
25.253
-7.718
-2.435
Deze pagina is gebouwd op 01/10/2025 11:01:38 met de export van 11/07/2024 09:01:24